Selecteer een pagina
Een ‪maandagochtend‬ en een wekker die  al ‪om 6.30 uur‬ gaat. Het doet mij aan iets denken. Aan iets uit een ver verleden. Volgens mij noemde ik het werk. Maar dan word ik wakker en besef mij dat ik niet hoef te werken en er een schitterend nieuw avontuur op ons wacht. 
Wij zijn gisterenavond namelijk aangekomen in Uyuni. Dit is een klein dorpje wat de uitvalsbasis voor een bezoekje aan de wereldberoemde zoutvlaktes. Na een goed ontbijt en ons dik aangekleed te hebben, lopen wij met al onze spullen naar onze touroperator. Hier ontmoeten wij onze medereizigers Wade uit Taiwan, Layla die in Duitsland woont maar uit de U.S.A komt en Douglas ook uit de U.S.A. Na een korte briefing stappen wij samen onze chauffeur Owen en onze gids Carlos in een jeep en gaan we op pad. Onze eerste stop is een desolate plaats waar de eerste locomotieven van Bolivia zijn achtergelaten en nu eenzaam in het landschap staan te roesten. Ik heb in mijn andere blog verteld dat Bolivia vroeger een kust had, maar deze is verloren aan Chili tijdens de Salpeteroorlog. Voordat ze deze provincies verloren, gingen er vanuit Potosi dagelijks locomotieven vol zilver en mineralen naar Antofagasta, een kustplaats, vanwaar het met schepen over de wereld werd geëxporteerd. De oorlog werd verloren en zo verloren de Bolivianen meer dan alleen een paar provincies. Ook de economie kreeg het te verduren. De vele locomotieven liggen hier ter nagedachtenis aan wat er ooit is geweest en wat ze hebben verloren. Hierna bezoeken we het dorpje Colchani. Hier zien wij huizen die gemaakt zijn van blokken zout die uit de zoutvlaktes zijn gehaald. Deze blokken worden uit de zoutvlaktes gehakt. Een enkel blok heeft verschillende lagen, een witte laag van het natte seizoen gevolgd door een dun laagje bruin, wat stof is uit het droge seizoen. Dit herhaalt zich een paar keer in een enkel blok. De blokken worden gemetseld en het “cement” is een product waarbij lijm en zout gemengd is. Een huis van zout is niet koud. In het zout zit namelijk lithium. Gedurende de dag worden de zoutblokken door de zon opgewarmd en het lithium in de blokken houdt deze warmte vast. In dit dorp produceren ze ook tafelzout. We krijgen te zien hoe het zout van de vlaktes gereinigd wordt zodat de giftige stoffen eruit verdwijnen en verandert in het product waar wij mee kunnen koken. Het zout hier op de vlaktes is alleen voor gebruik in Bolivia. Er zijn geen mogelijkheden voor export wat winstgevend kan zijn. Ook wordt er zout gewonnen wat nog gezuiverd dient te worden waar producten als ramen, autoruiten en spiegels van gemaakt kunnen worden. Bolivia heeft nog niet de machines om dit te doen en exporteert daarom dit zout. Ook heeft Bolivia momenteel contracten lopen met Chinese bedrijven inzake Lithium wat hier gewonnen wordt. Omdat Bolivia nog niet over de technologie bezit om zelf lithium te winnen en dit te exporteren hebben ze dit uitbesteed aan Chinese bedrijven. Deze contracten lopen tot 2020 en in die tijd leren ze hoe ze dit zelf moeten gaan doen. Technologie is in Bolivia nog geheel in de beginfase, maar ze werken eraan en dat biedt fantastisch kansen voor dit land.
Na de lunch rijden we verder de zoutvlaktes op. Carlos vertelt over de Uyuni. Salar de Uyuni is met een oppervlakte van 10.582 km2 de grootste zoutvlakte van de wereld gelegen op 3.650 meter. Ongeveer 40.000 jaar geleden was deze vlakte een deel van het Minchinmeer, een reusachtig prehistorisch meer. Toen het meer opdroogde, bleven twee meren over (Poopomeer en Uru Urumeer), en twee grote zoutvlakten (Salar de Uyuni en Salar de Coipasa). Je komt op de eilanden die in de zoutvlaktes liggen versteend koraal tegen, het bewijs dat de zee hier ooit echt bestaan heeft. Op de opgedroogde delen is zout achter gebleven (wat feitelijk een mix is van ‘gewoon tafelzout’ en calcium sulfaat). Het zout wordt gevormd door mineralen die langzaam uit de grond vrijkomen. Het water kan hier niet weg, waardoor talloze mineralen aan de oppervlakte te zien zijn. De wind die hier waait, zorgt ervoor dat het zout ‘leeft’. Waardoor dit de enige plek ter wereld is waar wandelende zoutduinen zijn. Er wordt geschat dat het meer dan 10 miljard ton zout bevat, waarvan ongeveer 25.000 ton jaarlijks weggehaald wordt. Het weer in deze omgeving is overdag erg warm waarbij de zon fel schijnt. In de nacht koelt het af tot het vriespunt en in de winter kan het makkelijk -20 of -30 worden. 
We maken grappige foto’s waarbij het perspectief veranderd is en waarbij we of heel groot of klein lijken.
Ook bezoeken we het Inca Wasy eiland. Dit eiland ligt precies in het midden van de zoutvlakte. Hier leeft ook de ‘trichocereus pasacana’ cactus. De oudste cactus hier wordt geschat op ongeveer 12.000 jaar. Inheemse vogels overbruggen ruim veertig kilometer om hier nectar van de witte bloemen van deze cactus te komen halen. Vanaf de top van het eiland zie je een baai, precies deze baai en de inheemse vogels zijn afgebeeld op het briefje van 10 Bolivianos. We rijden door en weer wat later stoppen we op een plek in de zoutvlaktes wat onder water staat. Dit laagje water van ongeveer 10 centimeter zorgt voor een spiegelend effect waarbij je soms niet meer weet wat nou boven is en wat onder. Tijd om onze slippers aan te doen en hier even in rond te lopen. Het water is ijskoud en na 5 minuten zijn al mijn tenen rood en gevoelloos. Zonder bescherming aan je voeten kan je hier op de zoutvlaktes niet lopen. De zoutkristallen zijn zo scherp dat je direct je voeten open zou halen. Hier geniet ik ook van de meest spectaculaire zonsondergang die ik tot nu toe heb mogen zien. Omringd door de bergen van de Andes en vulkanen op een eindeloze, spiegelende, witte vlakte en een hemel die ondertussen onaardse kleuren aanneemt. Ik verwonder mij keer op keer over de schoonheid van deze wereld en ook van dit land. Als het donker is, rijden we verder tot we de zoutvlakte overgestoken hebben en aankomen bij een klein dorpje met de naam Candelaria. Hier staat een accommodatie geheel gebouwd uit zout (dus ook de tafels, nachtkastjes etc.) en hier zullen we vanavond verblijven. Tijdens het eten leer ik mijn reisgenoten beter kennen. Zo heeft Wade 3 maanden vrij gekregen omdat hij het zo hectisch heeft gehad op werk dat hij er erg aan toe was. Layla neemt haar jaarlijkse vakantie op. Ze woont in Duitsland en werkt in Luxemburg. Doug is gepensioneerd en reist sindsdien ongeveer 7 a 8 maanden per jaar. Zijn uitvalsbasis is in de buurt van Lake Tahoe. We sluiten de avond gezellig af.
Dinsdag zitten we al ‪om 6.30 uur‬ aan het ontbijt want ‪7.00 uur‬ gaan we weer op pad. Buiten vriest het behoorlijk en gekleed in thermokleding en vele laagjes zijn we klaar voor deze nieuwe dag. Na een uur rijden komen we bij een dorpje aan waar nog geen 200 mensen wonen. Dwars door het dorpje gaat een spoorlijn. Deze lijn hebben we gisteren ook gezien bij de plaats waar de stoomlocomotieven in de woestijn zijn achtergelaten. Carlos vertelt dat dit een soort spookstadje is geworden waar nooit iemand meer komt sinds de treinen hier niet meer rijden. Maar sindskort is er wel een nieuwe ontwikkeling in dit dorpje. De overheid heeft hier voor het eerst een school geplaatst en sinds kort gaan kinderen hier ‪van maandag tot en met vrijdag‬ naar school. Dit hebben ze te danken doordat er in het dorpje ook een kleine fabriek is geplaatst waar ze begonnen zijn met het zuiveren van zout voor industriële doeleinden. Iets met voor wat, hoort wat. Vanuit hier rijden wij door naar de woestijn van Chiguana deze ligt gelegen aan de zuid kant van de zoutvlaktes. Deze woestijn is omringd door vele vulkanen. De vulkanen zijn hier allemaal verschillend. Sommige zijn overleden, sommige slapen en er is ook een semi actieve genaamd Ollague (5.840 meter). Je ziet de stoom vanuit zijn krater opstijgen. Na een lunch in de buitenlucht met prachtig uitzicht en een soort chinchilla die ons vanaf een afstandje bekijkt, rijden we verder naar het zuiden. We rijden het Nationaal Reservaat Fauna Andina Eduardo Avaroa binnen wat helemaal tot de grens met Chili doorloopt.
We komen in het gebied waar de Andes zijn lagoons laat zien. Hier in de verschillende lagoons komen 3 soorten flamingo’s voor. De Chileense flamingo die roze is met rode vleugels, Andes flamingo die wit is en de James flamingo die een roze kleur heeft.
Ze eten de bacteriën die in deze lagoons voorkomen. Voor de algen, waardoor ze de kenmerkende rode en roze kleur krijgen, bezoeken ze een andere lagoon.
Het landschap is surrealistisch met de woeste vulkanen, kleuren van aarde die je niet voor had kunnen stellen en de lagoons die door mineralen kleuren in het licht. Hier zijn we op ruim 4.600 meter en terwijl de zon op onze huid brandt, is de wind genadeloos. We rijden vervolgens weer verder naar de woestijn van Siloli wat de hoogste en droogste woestijn ter wereld is. Wanneer wij deze woestijn vol ongelofelijke stenenformatie zijn overgestoken, zien we heel eenzaam een boom gemaakt van lava gesteente. 
De volgend stop is bij een  lagoon met een rode kleur. Hier zien wij weer de verschillende soorten flamingo’s die zich te goed doen aan de algen in het water, waardoor ze de rode en roze kleur krijgen. We wandelen langs het meer en doen ons best om deze schuwe vogels op de foto te krijgen. De flamingo’s die wij eerder in de andere lagoons hebben gezien, komen ook geregeld hierheen vanwege de algen die ze nergens anders kunnen krijgen. Flamingo’s zijn monogaam en planten zich ook alleen hier in dit meer voort, maar dat is voornamelijk in de maand november en december. Hierna rijden we naar de top van een grote vulkaan met de naam Sol de Mañana. De top is op 5.000 meter hoogte. Hier zien wij verschillende kleine kraters waarin water en modder aan het pruttelen is. De laatste keer dat deze vulkaan is uitgebarsten is ongeveer 11 miljoen jaar geleden. Carlos geeft aan dat als deze vulkaan actief gaat worden en barst dat vanaf hier tot aan de kust weggevaagd kan worden. Hij ziet dan gelijk weer kans dat Bolivia dit gedeelte opeist en dan weer kust heeft wat ten goede zal zijn hoor het hele land. Na een voorzichtige wandeling langs de kraters en door het stoom stappen we in de auto. Terwijl de zon langzaam verdwijnt, rijden wij naar onze accommodatie voor de nacht. Na het diner lopen we door het donker en in de vrieskou achter Carlos aan naar buiten. Op ongeveer 200 meter lopen is er een hotspring van ongeveer 35 graden. De fluweelzwarte hemel geeft een spektakel bloot namelijk een oneindigheid aan sterren. Carlos vertelt over de verschillende sterren en je kan de Melkweg duidelijk zien. Sterrenbeelden worden aangewezen en de grote beer zien we vanuit een andere positie. De laatste keer dat ik zoveel sterren heb gezien moet in Australië zijn geweest in 2011 of Mongolië 2012. Sterren aan de hemel, het blijft magisch. In het warme water met een heerlijk glas Boliviaanse wijn uit de streek Tarija genieten wij van deze avond voordat we richting bed gaan. 
Woensdag begint weer vroeg en het is zo koud dat alle leidingen bevroren zijn. De nacht was wat onrustig. Na de hotspring gisteren waren we beide behoorlijk slapjes en Ester had gedurende de dag ook behoorlijk last van de hoogte. Hopelijk gaat het beter zodra we vandaag gaan dalen. Carlos denkt dat het -15 heeft gevroren en het is de wind die het ondertussen onaangenaam maakt. Na een ontbijt met pannenkoeken vertrekken we naar de Salvador Dali woestijn. Vroeger toen het noorden van Chili nog bij Bolivia hoorde, was deze woestijn onderdeel van de San Pedro de Atacama woestijn. Maar na de oorlog en herverdeling van de grenzen was deze woestijn eerst nog naamloos. Toen de eerste toeristen halverwege de jaren ‘90 naar Bolivia kwamen, vonden zij deze woestijn enorm veel op een schilderij van Salvador Dali lijken. En zo is de woestijn vernoemd naar de kleurrijke schilder. Na een korte stop rijden we door naar het Groene meer. Dit meer is zo groen door koper en ligt aan de voet van de vulkaan.
Licancabur van 6.000 meter. Hier nemen Ester, Wade en ik afscheid van de groep want wij zullen vanaf dit doorrijden naar Chili. 
Boliva heeft mij oprecht verast op elke manier die denkbaar is. Bevooroordeeld als ik was, heeft het mij laten zien dat het meer is dan een paar lelijke straten in een stad. Dit land is nog volop bezig om zich te ontwikkelen. Of het nou gaat om toerisme, het wegennet, technologie en gezondheidszorg. Alles staat hier nog in de kinderschoenen, maar de mensen willen graag. Juist dit geeft alles een rauw, authentiek en puur randje. De mensen die wij hebben mogen ontmoeten zijn nieuwsgierig, bescheiden en zonder uitzondering vriendelijk. En de natuur is overweldigend mooi en absoluut uniek in de wereld. Mijn hoogtepuntje was de tour van de afgelopen 3 dagen waarbij ik mij constant heb verwonderd over de natuur. 

We worden naar de grens overgang gebracht welke totaal afgelegen ligt. Hier staan we eerst ruim een half uur, in de bijtende kou, in de rij voor een stempel zodat we legaal het land mogen verlaten. Om de een of andere vage reden kost dit ons ook 15 Bolivianos per persoon. Vanuit hier stappen we op een bus en rijden we Chili binnen. Bij de grensovergang Hito Cojanes staan we een tijd stil. De grenscontrole schijnt hier enorm streng te zijn. We krijgen van de chauffeur een briefing wat wel en wat niet mee het land in mag. We besluiten wat groentedingen weg te gooien en wat zaken aan te geven. Uiteindelijk was het allemaal veel minder streng dan we hadden verwacht en we hebben onze toegangsstempel. Na bijna 1.5 uur zijn we dan op weg naar onze volgende stop, San Pedro de Atacama.

Na aankomst gaan we eerst lunchen en daarna lopen we ruim 20 minuten in de hitte met onze backpack op de rug naar het uiteinde van het dorp om onze huurauto op te halen. Daar aangekomen is er niemand op het kantoor. Na wat rond vragen komen we er 20 minuten later achter dat ze vandaag dicht zijn vanwege een feestdag, de dag van de arbeid. We doorkruisen weer het hele dorp, maar ook bij een ander verhuurbedrijf is het dicht. We besluiten om een taxi naar ons hostel te nemen, maar ook de taxi’s zijn zeldzaam vandaag en we worden alle twee een beetje chagrijnig terwijl we in de hitte rond sjokken. We besluiten onze tassen even af te doen en te wachten op een taxi. Terwijl Ester ondertussen een flesje drinken haalt, jaag ik een teckel weg die verdacht bij mijn backpack loopt te snuffelen. Op dat moment ziet een andere hond zijn kans om een plasje tegen Ester haar tas te doen. Het zit ons ook even niet mee vandaag. Uiteindelijk belanden we bij ons hostel, wat eigenlijk meer een camping is. Maar wel een hele mooie met ruime tenten waar bedden in staan. We drinken een biertje op onze veranda en wassen wat kleding (en een backpack). Morgen gaan we het weer proberen.

Donderdag beginnen we met verse koffie in de zon op onze prachtig camping in San Pedro de Atacama. Dit dorpje is een oase in de gelijknamige woestijn. Zonder uitzondering zijn alle bezoekers hier toeristen op doorreis naar Bolivia of zojuist aangekomen vanuit Bolivia. De San Pedro de Atacama woestijn is de droogste woestijn ter wereld. Hier zijn nog plekken waar het nog nooit heeft geregend. De woestijn is enorm groot en de grenslijn is in de buurt van het Nationaal Park Pan de Azúcar. Na het ontbijt lopen wij naar het autoverhuurbedrijf in het dorp en zonder al te veel gedoe krijgen we een flinke pick-up mee. Wade, die wij tijdens de Uyuni tour hebben leren kennen, komt ook hierheen zodat we gezellig met z’n drieën naar Lake Cejar gaan. Lake Cejar ligt op ongeveer 20 minuten rijden en dit meer is zo zout dat je er kan drijven. Wat ze er niet bij vermelden is dat het meer ook zou koud is dat je al snel lichaamsdelen niet meer voelt. Dus na even heerlijk in het water gedobberd te hebben, zijn we eruit gegaan. We lopen hier nog even naar een ander meertje toe voor foto’s en vervolgens moeten we ons goed afspoelen onder een koude douche omdat wij wit zijn uitgeslagen van het zout. Nadat we Wade weer in het dorp hebben afgezet en een paar boodschappen hebben gedaan, gaan we op weg naar Antofagasta op ongeveer 3.5 uur rijden afstand. De weg er naar toe is gelukkig van asfalt. Al sinds het begin van de Uyuni tour en heel San Pedro de Atacama is het namelijk alleen maar dirt road geweest. We luisteren naar leuke liedjes en kletsen gezellig. De route nummer 5 is een grijze streep door eenzaam woestijn gebied. Bergen, zand en weinig weggebruikers. Onderweg zien we veel kruizen langs de weg staan. Als we Antofagasta binnen rijden, zien we na een lange tijd de zee weer. 
Vrijdag beginnen wij met een uitgebreid ontbijt bij een iets te duur hotel. Toen we gisteren aankwamen was de dag al ten einde. We zijn op zoek gegaan naar een slaapplaats met parkeerplaats maar dat was nog niet zo simpel. Uiteindelijk kwamen we uit bij een hotel aan de hoofdweg van Antofagasta. Na het ontbijt lopen we langs de boulevard en over de pier. We zien vele vissersbootjes liggen. Vanuit hier lopen we door het centrum waar het centrale plein weer prachtig groen is en omringd door mooie koloniale gebouwen. We komen langs het treinstation. Hier eindigden vroeger de spoorlijn vanuit Bolivia. Antofagasta heeft geprofiteerd van zijn locatie en is nu de drie na rijkste stad in Chili. 
Rond 11 uur is het tijd om te gaan rijden en we vervolgen vandaag route 5 naar Pan de Azúcar. Onze eerste stop is bij de Hand van de woestijn (Mano del Desierto). Dit is beeldhouwwerk kan je vinden tussen kilometerpalen 1309 km en 1310 km. Het beeldhouwwerk is van de Chileense beeldhouwer Mario Irarrázabal. Zijn overdreven grootte zou de de menselijke kwetsbaarheid en hulpeloosheid benadrukken. En hoe bizar het ook is, dit beeldhouwwerk is zo op zijn plek hier in de uitgestrekte oneindigheid van de woestijn.
Aan het einde van de dag komen we aan in het Nationaal Park Pan de Azúcar. Als we het park binnen rijden, weten we nog niet precies wat we er van moeten vinden. Omringd door grillige bergen duurt het nog bijna een uur voordat we bij het gehuchtje zelf aankomen. We hebben hier geen bereik meer. We kloppen aan bij een camping die ook huisjes zou verhuren. De huisjes zijn verhuurd maar de beste man heeft wel een kubus voor ons. Er staat een bed in en het heeft licht. Buiten is er een BBQ waar een kookpit op gezet is welke gekoppeld is aan een gasfles zodat we kunnen koken (even nog een pan lenen). Op de veranda staan twee stoelen vanwaar we de zonsondergang zien.

Zaterdag worden we wakker door het licht wat naar binnen schijnt. We drinken koffie op de veranda en genieten van een rustige ochtend. In de middag gaan we boodschappen doen in het dorpje Chañeral wat op ongeveer 30 minuten rijden ligt. Er zijn 2 supermarkten in het dorp en als je ze beide bezoekt dan heb je alles compleet. Alleen verkopen ze er geen groente en fruit dus daarvoor moeten we ergens anders zijn blijkbaar.
Met de boodschappen rijden we terug. Onderweg stoppen we bij verschillende strandjes. We spelen Jeu de Boules met stenen en lachen veel af. Wat een fijne dag.

Zondag zijn we al vroeg wakker omdat we moeten plassen. Nou ja ik moet plassen en aangezien we dat hier buiten moeten doen, hebben we de afspraak dat we met z’n tweeën gaan. We kunnen uiteraard naar de wc’s lopen op zo’n 5 minuten lopen of we doen het voor onze veranda in het grind. Het laatste uiteraard.
Terug in bed luisteren we naar het geluid van de golven en ook de vogels worden langzaam aan wakker. Na onze ochtend koffie en ontbijt met prachtig uitzicht is het tijd om terug te gaan richting Antofagasta. De weg terug nemen we gedeeltelijk via een andere route, route 1 langs de kust in plaats van route 5 door de woestijn. De kust is grillig en de zee donker blauw met witte schuimkoppen. De natuur is weer schitterend.
Terug in Antofagasta is het tijd voor een douche en schone kleding. Ons hotel heeft ook een sportschool dus na maanden sta ik weer op een loopband en dat voel ik een paar uurtjes later wel. We sluiten de avond af met een bordje pasta bij een Italiaan voordat we onder de witte lakens kruipen van ons reusachtige bed.

Eindstand kaarten:
Essie:61
Nath:58