Selecteer een pagina
Maandag is het onze laatste dag in de Filipijnen. Deze brengen wij door samen met Suus en Thijs in Manilla. Wij slenteren wat door Chinatown. Ik had gelezen over een authentiek dumpling restaurant en na lang zoeken vinden wij deze in een zijstraat. Het ziet er aan de buitenkant behoorlijk aftands uit. De dumplings zijn er echter heerlijk. Hier vieren wij ook gelijk de 10e trouwdag van Suus en Thijs. Dit uiteraard geheel onbedoeld, want ze waren hun eigen jubileum vergeten. Na de lunch gaan wij terug naar de wijk Makati waar wij verblijven. Omdat er nog tijd over is laten Ester en ik aan Suus en Thijs de skybar zien waar wij de vorige keer zo genoten hebben van een drankje en een prachtig uitzicht over Manilla. Helaas is het vandaag door de regen nevelig en is de baai niet goed zichtbaar. 
Hierna is het tijd voor het definitieve afscheid. Dit voelt zo raar omdat wij de afgelopen drie weken zoveel met elkaar hebben opgetrokken. Het is een vriendschap die spontaan van twee kanten is ontstaan en ik kijk er naar uit om ze weer te zien in Nederland. Ook zijn zo lief om onze winterjassen mee naar Nederland te nemen. Deze hebben wij volgens onze inschatting niet meer nodig tijdens het reizen.
Ester en ik vliegen die avond van Manilla naar Kuala Lumpur. Hier komen wij ‪om 2.30 uur‬ in de ochtend aan. Onze vlucht naar Surabaya vertrekt pas ‪om 9.05 uur‬ en wij besluiten voor een paar uur een kamer te huren want dat kan hier gewoon.
Dinsdag ben ik na 4,5 uur slapen nog niet geheel fit, maar het is tijd om door te reizen. Ook Ester heeft moeite met wakker worden vandaag. Wij landen rond 11 uur in Surabaya, Indonesië. Als wij de backpack van de band halen, zien wij dat er in onze tas gesnuffeld is. Na een korte inspectie is het enige wat wij missen onze slippers. Wat met dit warme weer wel erg onhandig is. Hierna worden wij eerst uitgebreid door een drugshond besnuffeld en krijgen dan onze 30 dagen visum. Ons Indonesië avontuur kan beginnen.

Surabaya is de hoofdstad van Oost-Java en de op één na grootste stad van Indonesië. De stad ligt aan de monding van de rivier de Mas aan de noordkust van het eiland en is een belangrijke havenstad. De belangrijkste exportproducten zijn tabak, suiker en koffie.
Surabaya is in 1293 gesticht door Raden Wijaya. De naam Surabaya komt van de haai Sura en de krokodil Baya die in gevecht gewikkeld zouden zijn in de rivier de Kalimas. Op de plek waar dit gevecht is geweest, ligt nu de stad. In 1525 bekeerden de heersers van Surabaya zich tot de islam.
In 1625 werd Surabaya door de Mataramdynastie uit Midden-Java veroverd.
In 1743 veroverde VOC Surabaya op de inheemse bevolking. De stad was als handels- en havenstad van groot belang voor de toenmalige kolonie Nederlands-Indië. In 1942 viel de plaats in Japanse handen, totdat de geallieerden Surabaya in 1944 bombardeerden.
In oktober 1945 ontbrandde de strijd om Soerabaja tussen Britse bezettingstroepen en Indonesische nationalisten, die weigerden hun wapens in te leveren. De nationalisten moesten na felle gevechten de stad uiteindelijk prijsgeven. Begin 1946 werden de Britten afgelost door Nederlandse troepen die inmiddels op Java waren geland. De verwoeste stad werd na de soevereiniteitsoverdracht van 1949 herbouwd. In 1995 vierde men haar 700-jarig bestaan.

Nadat wij onze spullen in ons hotel hebben achtergelaten is het tijd om te gaan lunchen. Dit doen we bij Hotel Majapahit. Hotel Majapahit is een van de oudste en bekendste herkenningspunten in Surabaya. Het hotel is gebouwd in 1910 in koloniale stijl en is omringd door omvangrijke groene palmen en een tropische tuin. Zodra je binnenstapt is het net of je terug in de tijd stapt. Meubels van koloniaal hout, dikke tapijten, bamboe en fluwelen banken. Op 19 september 1945 kwamen de inwoners van Surabaya voor dit hotel woedend bij elkaar. Ze eisten dat de Nederlandse vlag naar beneden werd gehaald. Het moest stoppen met de heerschappij van anderen over Indonesië. Er werd niet geluisterd en de menigte werd woester. Kusno, die in dienst was van het districtskantoor is door de Nederlandse en Japanse bewaking gebroken. Hij klom naar de top van het hotel en scheurde het blauwe gedeelte van de Nederlandse vlag af. Zo bleeft rood en wit over, de kleur van Indonesië. Mr. Plugman (de Nederlander die hier de dienst uitmaakte) is hierbij om het leven gekomen. Vermoord met machetes door de woedende menigte.

Na de lunch lopen Ester en ik eerst naar de Tunjungan shoppingmall. In Indonesië is een shoppingmall, net als op veel andere plaatsen in Azië, een uitje. Families en vrienden komen hier allemaal bijeen. Om te shoppen, te eten en te drinken. Tunjungan is extreem groot. Met 6 etages en verschillende vleugels is het zoeken naar een slipper winkel. Ik moet zeggen dat ik erg geniet van de airco hier binnen. Na ons winkelavontuur waarbij ik dan toch gekozen heb voor praktisch (ik vind dit woord zo lelijk) in plaats van hip. Loop ik met een paar Birkenstocks, in plaats van Havaianas, de mall uit. Hier nemen wij een taxi naar Kelengteng Sangar Agun, een Chinese tempel. De taxi brengt ons naar de ingang van het Kenjeran park. Hij geeft aan dat de Kelengteng Sangar Agun tempel aan het water ligt. Wij besluiten het stuk zelf te lopen wat uiteindelijk nog bijna 2 kilometer is. Dat is normaal geen probleem, maar het wordt ondertussen donker. Aan de ene kant van het park waarin wij wandelen zien wij de muren van een waterpark. Aan de andere kant zien wij een stuk van het park waar normaliter veel eetstalletjes zijn maar nu verlaten oogt. Hier en daar brandt een peertje en zie ik een paar dikke ratten heen en weer schieten. Ik word toch wel een beetje zenuwachtig als het donker is en ik in een nieuwe stad ben. Als wij vlakbij Kelengteng Sangar Agun zijn wordt het drukker. Wij zien gezinnetjes die rondlopen en groepjes vrienden die wat eten. Aan de overkant van de straat zie ik een Boedha Brahma van ruim 20 meter uitgebeeld met vier gezichten. De tempel van Kelengteng Sangar Agun is prachtig net twee grote rode draken en op de achtergrond de zee. Na wat rondgelopen te hebben besluiten we om weer naar de uitgang te lopen. We nemen een treintje vol met led lichtjes die door het park rijdt voor de bezoekers. Bij de uitgang wachten wij op onze taxi. Een vrouw komt naar Ester toe en fluistert zacht tegen haar. Ester vraagt haar om het nogmaals te herhalen. Het blijkt dat deze vrouw samen met haar vriendin en zoontje graag op de foto met ons willen. Het is weer eens wat anders en ik maak er een mooie fotoreportage van.
Vanaf hier willen wij als laatste stop Pasur Atum bezoeken om te gaan eten. Als wij daar aankomen is het helaas gesloten en volgens de taxichauffeur kunnen wij beter in de auto blijven zitten. Het is al vrij laat dus besluiten wij om naar het hotel te gaan. Hier krijgen wij een een heerlijke vegetarische nasi en zo sluiten wij deze lange dag af.

Woensdag zijn wij al vroeg op pad. We bezoeken het House of Sampoera. Dit koloniaal huis staat in het oude gedeelte van Surabaya. Het huis is gebouwd in 1862 door Nederlanders en heeft in eerste instantie dienst gedaan als weeshuis voor jongens. In 1932 heeft Liem Seeng Tee het gekocht en werd dit de eerste Sampoera sigaretten fabriek. Het complex is ongeveer 1.5 hectare en bestaat uit meerdere gebouwen. Het voormalige woonhuis is nu een museum. Het museum geeft een inkijk in hoe Liem Seeng Tee vanuit China naar Indonesië is gekomen en begonnen is met het verkopen van kleine dingen in een stalletje op straat. Hoe hij vanuit hier een succesvol tabakbedrijf heeft opgezet. In 2005 heeft Phillip Morris 40% in aandelen gekocht. Aan het einde van het museumbezoek kan je vanaf de overloop de fabriek bekijken. Hier worden tot op de dag vandaag nog steeds door vrouwen op authentieke wijze kreteksigaretten vervaardigt. De snelheid waarmee ze deze zoete kruidnagelsigaretten in elkaar draaien is 25 seconden voor een heel pakje.

Na dit bezoek lijkt het mij leuk om de haven van Surabaya te bezoeken. Als het goed is kan je vanaf de kade de Suramadu National Bridge zien. Deze brug is een van van de langste ter wereld en verbindt Surabaya met Madura. Als wij bij de haven aankomen zien wij niet direct de kade doordat hier alles afgezet is met metershoge muren en een enorme terminal. Ester en ik moeten hier enorm om lachen. Het is grappig dat wij een heel ander idee hadden waar wij terecht zouden komen dan wat de werkelijkheid is. Hier zie ik eindeloze rijen van mensen die met een koffer of tas op de grond zitten of liggen. Waarschijnlijk wachtend op hun schip naar weet ik veel waar. Het is buiten ontzettend warm en al zwetend lopen wij heen en weer. Dit trekt blijkbaar bekijks en een man vraagt of hij met ons op de foto mag. Na de fotoreportage besluiten wij om dwars door terminal heen te lopen. Er staat niemand bij de security poortjes en zo lopen wij door tot wij uitkomen bij de kade. Hier liggen enorme schepen die stuk voor stuk volgeladen worden. Mensen lopen bedrijvig heen en weer. Ondertussen kijkend wat wij hier doen. Helaas is het zicht op de kade niet goed en zie ik maar een klein streepje van de brug. Surabaya is altijd een belangrijke haven plaats geweest. De haven van Surabaya is de op één na grootste (na die van Jakarta) van Indonesië.

Bij een haven hoort een rosse buurt. Tot juni 2014 kon je in Surabaya Gang Dolly (gang is Indonesisch voor steeg of straatje) vinden. Dit was de grootste rosse buurt van Zuidoost-Azië vernoemd naar Dolly van der Mart. Deze Nederlandse is daar ooit het eerste bordeel in Surabaya begonnen. Het is een mooi toeval dat ook Xaviera Hollander in deze stad is geboren.
Gang Dolly was een straatje geflankeerd door etalages waarachter op brede banken meisjes in de verte zitten te staren of hun sociale netwerk bijwerken op hun telefoons. Op straat hingen mannetjes rond die voorbijgangers aanmoedigen om ze goed te bekijken. De genoemde prijzen variëren tussen de negen en de achttien euro, afhankelijk van het feit of het peeskamertje over airconditioning beschikt of niet. Verder zijn er in Dolly zo’n honderd karaokebars, die net als overal in Indonesië een soort verkapte bordelen zijn waar je tevens een kunt zingen. Voor het zingen de kerk uit krijgt zo een nieuwe betekenis.

Na ons vluchtige bezoek aan de haven vinden wij eindelijk het toeristen informatie centrum. Deze is gevestigd in een groot koloniaal gebouw. Ten tijde van de kolonisatie was in dit gebouw een exclusieve club gevestigd en uitsluitend toegankelijk voor Nederlanders. Volgens de informatie was het verboden voor de Indonesiërs en voor honden om hier te komen. Als wij binnenlopen verwelkomt een aardige vrouw ons in haar stad Surabaya. Ik wil wat meer informatie krijgen over wanneer er nou precies buffel races zijn in Madura. Helaas is dit pas over twee weken. Daarop besluiten Ester en ik om naar het station te gaan en treinkaartjes te halen voor morgen zodat we door kunnen reizen naar Malang.
Onderweg naar het station bezoeken wij Kapal Selam. Hier zie je een onderzeeboot op de kade. Deze onderzeeboot van Russische oorsprong heeft tot 1990 dienst gedaan en is nu een museum. We lopen door de onderzeeër heen en leren wat meer over de Indische Marine. Wij worden aangesproken omdat mensen graag op de foto met ons willen.

Surabaya is met een oppervlakte van 459,5 km² erg groot. Om zoveel mogelijk te zien gebruiken we de taxi die goedkoop is en de snelste oplossing. Zo bezoeken wij vandaag ook het Nationale Monument met de haai (Sura) en krokodil (Baya). De Javaase Bank, de oudste Katholiek kerk van Surabaya en het oude postkantoor.
Overal zie ik Nederlandse invloeden. Veel is nog Nederlands geschreven of door de Nederlanders gebouwd en opgezet. De geschiedenis tussen Nederland en Indonesië is onlosmakelijk met elkaar verweven. Dit is soms ook pijnlijk vanwege het leed dat Nederland Indonesië heeft aangedaan.

Onze laatste bestemming voor vanavond is een lokale foodmarkt. Ester bestelt voor haar vegetarische mie en voor mij een vegetarische nasi. Dit gaat met handen en voeten want ze spreekt geen Indonesisch en de mensen hier geen Engels. Het is dan even spannend wat we krijgen. Mijn nasi is heerlijk gekruid en smaakt erg goed. Bij het zien van Ester haar noodles barst ik in lachen uit. Het is een bordje witte droge noodles geworden met een paar plukjes paksoi. Het is wel vegetarisch.

Donderdag zitten Ester en ik in de trein van 6.20 richting Malang. Onderweg geniet ik van wat ik zie. Kleine dorpjes, rijstvelden en vulkanen. Ook heb ik tijd om wat meer over Indonesië te lezen.

Indonesië heeft een totale oppervlakte van 1.904.569 km² en bestaat uit 14.572 eilanden. Met een populatie van 260.580.739 is het qua inwoneraantal het op drie na grootste land ter wereld en tevens het land met de grootste moslimbevolking (86%), hoewel de islam geen staatsreligie is.
De Indonesische archipel is al zeer lang een belangrijke handelsregio. Reeds in de 7e eeuw waren er handelsroutes tussen het koninkrijk Srivijaya en China. De geschiedenis van Indonesië is sterk beïnvloed door sterke machten van buitenaf die werden aangetrokken door de natuurlijke rijkdommen van Indonesië. Onder invloed van India floreerden het hindoeïsme en boeddhisme in de eerste eeuwen na Christus. Islamitische handelaren brachten de islam met zich mee en Europese machten bevochten elkaar om de handelsmonopolies in de specerijenhandel tijdens de tijd van de ontdekkingsreizigers. Nadat de Nederlandse maatschappij VOC ongeveer 150 jaar mede de dienst uit maakte op de archipel werd het land uiteindelijk gedurende 147 jaar een Nederlandse kolonie. Indonesië verklaarde zich onafhankelijk na de Tweede Wereldoorlog.

De Japanse invasie in 1942 verliep snel en de geallieerden verloren hier in twee weken tijd meer schepen en mensen dan de Amerikanen in Pearl Harbor, namelijk 24 met ruim 3500 man. De daaropvolgende bezetting van Nederlands-Indië maakte een eind aan het Nederlandse bewind en stimuleerde de tot dan toe onderdrukte Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Tijdens de Japanse bezetting werden vele Nederlanders (bijna 40%) onder mensonterende omstandigheden opgesloten in jappenkampen en de Indonesiërs werden gedwongen om als dwangarbeiders mee te helpen met de Japanners. Dit viel echter in het niet bij de overige gevolgen van het beheer van de Japanners voor de Indonesische bevolking; de Japanners stichtten een terreurbewind met vele duizenden executies, niet zelden door onthoofding.
Door Japans (militair) wanbeheer ontstond in 1943 een grote hongersnood, die tot in 1944 en op sommige plaatsen tot de bevrijding duurde en 2,5 tot 4 miljoen doden eiste. In de latere geschiedschrijving in Nederland kwam het leed van de Indonesische bevolking vrijwel niet aan de orde. De economie stortte feitelijk in en de grote productie van de voornaamste voortbrengselen zoals rubber, suiker, rijst, palmolie daalde drastisch.

Twee dagen na de overgave van Japan op 17 augustus 1945 verklaarden de invloedrijke nationalistische leiders Soekarno en Hatta Nederlands-Indië onafhankelijk en Soekarno werd de eerste zelfbenoemde president van de Republiek Indonesië. Nederland verzette zich maar onder druk van de internationale gemeenschap erkende Nederland in december 1949 de Indonesische onafhankelijkheid.
Soekarno veranderde na de onafhankelijkheid van een democraat in een autoritair leider en onderhield zijn machtsbasis door te balanceren tussen het leger en de Communistische Partij van Indonesië (CPI). Een poging tot een coup in 1965 werd verhinderd door het leger dat meteen daarop een anti-communistische operatie begon. Tijdens deze operatie kreeg de CPI de schuld van de coup en de partij werd verpletterd door het leger. Tussen de 500.000 en 1 miljoen mensen werden gedood. Het hoofd van het leger, generaal Soeharto, maakte gebruik van de politieke zwakte van Soekarno en werd formeel tot president benoemd in maart 1968. Zijn regering van “nieuwe orde” werd ondersteund door de regering van de Verenigde Staten en dit stimuleerde de buitenlandse investeringen in Indonesië. Het gevolg hiervan was een stabiele economische groei voor meer dan 30 jaar. De “nieuwe orde”-politiek werd in Indonesië en internationaal sterk bekritiseerd vanwege de corruptie en de onderdrukking van de politieke oppositie.
Tijdens de Aziatische financiële crisis in 1997 en 1998 was Indonesië het land dat het hardst getroffen werd. Dit verergerde de ontevredenheid onder de burgers over de regering en uiteindelijk leidde het tot grootschalige protesten. Soeharto trad hierdoor uiteindelijk af op 21 mei 1998. In 1999 stemde Oost-Timor voor onafhankelijkheid van Indonesië. Dit gebeurde na een hardhandige 25-jarige militaire bezetting van het gebied, die slechts ten einde kwam na tussenkomst van de Verenigde Naties.
Het tijdperk van de “reformasi” na het aftreden van Soeharto heeft tot nu toe geleid tot een democratischer politiek milieu, inclusief een programma voor regionale autonomie en de presidentsverkiezingen van 2004. Echter, politieke instabiliteit, sociale onrust en corruptie hebben het democratiseringsproces aanzienlijk vertraagd.

Na twee uur reizen komen wij aan in Malang. Malang is een stad in het oosten van Java, zo’n 90 km ten zuiden van Surabaya. Vroeger was de stad een geliefde plek voor gepensioneerde Nederlanders. Dit vanwege het mildere klimaat ten opzichte van Surabaya. Tegenwoordig wordt Malang door de meeste toeristen overgeslagen of slechts als slaapplek op weg naar de Bromo vulkaan gebruikt. Zodra ik uitstap merk ik het verschil op in temperatuur. Deze is een stuk aangenamer door de ligging in de bergen. Ons hotel ligt iets buiten het centrum en het duurt even voordat wij door hebben dat de kleine blauwe busjes dienst doen als vervoermiddel. We bezoeken eerst het Alun Alun Malang park. Daarna gaan wij koffie drinken bij Toko Oen Malang. De menukaart is Nederlands en ik zie dat er vleeskroketjes te krijgen zijn. Na de lunch lopen we door naar het toeristen informatiecentrum. Hier krijg ik een plattegrond mee voor de komende dagen en regelen wij onze tour naar de Bromo vulkaan. Ook heb ik een vraag over een eiland die ik waarschijnlijk later deze reis nog wil bezoeken en het is fijn om direct geholpen te worden. Binnen staat een bord met verschillende gerechten en dranken. Wij lezen: koud biertje. Het is niet alleen opmerkelijk dat wij dit in het Nederlands lezen maar ook dat het hier verkrijgbaar is. Het is namelijk overwegend Islamitisch en alcohol is niet overal verkrijgbaar. Wanneer alles geregeld is wandelen wij verder en zien Pasar Senggol, een vogelmarkt waar je ook visvoer, vlinders, kakkerlakken en andere kruipende beestjes kunt krijgen. We komen uit bij Alun Alum Tugu Malan. Dit is een hele grote rotonde waarop een stadspark is gemaakt. In het midden vind je een fontein waar veel waterlelies groeien. Onderweg komen we winkels tegen waar we rondsnuffelen. Hier zie ik Dodol Rumput Laut liggen. Het ziet eruit als jelly snoepjes. Ik ben dus echt dol op jelly puddinkjes en snoepjes. Het liefst in een chemische rode kleur. Het meisje in de winkel legt uit dat deze snoepjes gemaakt zijn van zeewier. Dodol rumput laut is typisch Indonesisch en afkomstig uit Lombok. Ze worden vaak gebruikt om op tafel te zetten na het eten of tijdens een feestje. Het heeft een lekkere stevige bite en is zoet. Nog voordat wij weer thuis zijn is de zak alweer leeg.
Het is vandaag een beetje regenachtig en als we ‘s middags thuis zijn, begint het extreem hard te regenen. Dit blijkt de eerste regenbui sinds mei te zijn. Wij besluiten het vandaag hier bij te laten en besluiten filmpje te kijken.

Vrijdag worden Ester en ik pas na 8 uur wakker wat voor ons een unicum is. 
Wij verhuizen eerst naar een ander hotel omdat het ons niet gelukt is om hier een extra nacht bij te boeken. Wij hebben sinds gisteren niemand meer gezien bij de receptie en nergens staat een telefoonnummer. Rond 11 uur staat Wouter voor ons nieuwe hotel. Wouter heb ik jaren terug in Zandvoort leren kennen. Hij heeft mij hockey training gegeven. Een paar jaar geleden is hij samen met zijn vrouw en zoontje verhuisd naar Indonesië. Hoewel het eerst de bedoeling was dat ze in Bali gingen wonen en daar wat op zouden bouwen, hebben ze gekozen voor Malang. In Malang wonen ook de schoonouders van Wouter. Wouter geeft ons een tour door de stad. Zo zien wij indrukwekkende koloniale gebouwen zoals de Balai Kota (het stadhuis) en de Gereja Katolik Kuno (gereformeerde kerk). Deze oude gereformeerde kerk is nog steeds in gebruik maar wordt nu wel overschaduwd door de nabijgelegen enorm grote moskee. Wij rijden over de Idjen Boulevard. Dit is een enorme brede straat met oude koloniale gebouwen langs de weg waardoor de straat erg Europees overkomt. Bij een leuke cafetaria drinken we koffie en kletsen we. Wouter vertelt over hoe hij hier leeft en wat hij doet. Hij geeft een paar keer per week voetbaltraining aan de jeugd en zijn vrouw geeft zowel Engelse als Nederlandse les. Zijn zoon leert op school Engels en Indonesisch en spreekt ook Nederlands. Wouter vertelt dat het grote verschil met Nederland voor hem in de kwaliteit van het leven zit. Zowel Wouter als zijn vrouw Sylvia hebben in Nederland altijd hard gewerkt en daarbij goed geld verdiend. Maar in het Nederlandse leven werk je 5 volle lange dagen en is er de druk van het presteren. In het weekend doe je boodschappen, ga je sporten en spreek je af met vrienden. En dan begint het weer opnieuw. Hoewel het leven ook hier andere uitdagingen met zich mee brengt is er hier niet dezelfde stress wat er in Nederland wel is. Hierdoor is er meer ruimte om te leven. Wouter ziet er gelukkig en ontspannen uit en is helemaal op zijn plaats. En dat is erg mooi om te zien.

Na de lunch bezoeken Ester en ik Kampung Warna Wari. Deze wijk is één van armste van Malang. De burgemeester van Malang wilde hier verandering in brengen. Met behulp van een lokaal bedrijf die het verf heeft gedoneerd, zijn alle huizen nu in vrolijke kleuren geschilderd. Dit heeft ervoor gezorgd dat er toeristen (voornamelijk Indonesische) hier op af komen. En dat brengt natuurlijk inkomsten met zich mee. Het normale leven in de Kampung gaat gewoon door en zo krijgt ik een kijkje in het leven van de locals.

‪Zaterdagochtend zijn we er iets na middernacht uit. Fantastische plannen en wilde ideeën lijken altijd minder goed en minder aantrekkelijk op een ongoddelijk tijdstip. Rond 1 uur worden wij opgehaald en gaan wij op weg naar het Nationaal Park Bromo Tengger Semeru. De weg erheen is smal, vol kuilen en voornamelijk onverhard. De chauffeur manoeuvreert ons kundig al kronkelend de berg op. Ik moet tijdens deze rit toch erg lachen. Ik vertel Ester dat het bijzonder is wat een mens (ik mijzelf in dit geval) zichzelf toch aandoet. Ik ben nog nooit zo vaak wagenziek geweest als de afgelopen 9 maanden en ook nu vecht ik om niet alleen mijn waardigheid maar ook mijn maaginhoud niet te verliezen. Ik besef ook dat ik nog nooit zo vaak vermoeid ben geweest. En ik ben daarnaast ook nog nooit zo vrij geweest. Vrij in mijn bestaan, vrij in mijn hoofd, vrij van stress.‬
Rond 4 uur in de ochtend komen wij aan bij onze eerste bestemming. De nacht is donker en erg koud. Ester en ik hebben onze winterjassen aan Suus en Thijs meegegeven maar wat zouden ze nu fijn zijn geweest. Om het in onze truien draagbaar te maken kopen wij een sjaal waarmee ik mij indrappeer. We lopen langs allemaal stalletjes met kleding, eten en drinken. In een plastic zakje met een rietje krijg ik warme thee. Ik twijfel nog even of ik een jas zal huren maar besluit het niet te doen. Boven op de de berg is een uitzichtpunt. Samen met vele andere mensen zoeken wij een plaatsje om de zonsopgang te bekijken. We moeten blijkbaar nog ruim een uur wachten. “Het is toch wat met jou, de zonsopgang en wachten”, verzucht Ester. Beide denken wij direct terug aan een koude parkeerplaats en een zielige thermoskan met koffie op Paaseiland. Wat een heerlijke herinnering. Een inwoner komt voorbij. Hij verhuurt fleecekleden. Ik heb het ondertussen zo koud dat ik er 1 huur en voor lief neem dat het kleed muffig ruikt alsof hij al door honderden toeristen gedragen is.
‪Tussen 5 en 6 uur komt de zon op. En deze zonsopkomst is ontzettend spectaculair. Het begint met een lichte gloed aan de horizon die groter en roder wordt. Het lijkt wel of de aarde brandt. In het oosten zien wij in het daglicht de hoogste berg van Java, de Semeru (3.676 m), zichtbaar worden. Als de kleuren oranje en geel ook aan de horizon verschijnen en de lucht lichter blauw toont zien wij in het zuiden de Bromo vulkaan tevoorschijn komen. Deze actieve strato vulkaan ligt samen met twee andere vulkanen in een zandzee van 8 bij 10 kilometer. De zandzee is geheel in nevelen bedekt en hierdoor lijkt het nog het meest op een maanlandschap. Het valt mij op dat de meeste toeristen hier Indonesiërs zijn. Ik klets met een meneer die naast mij staat. Hij komt uit de buurt van Solo en is hier voor de eerste keer. Mijn land is adembenemend verzucht hij. Ester staat achter mij te kletsen met wat jongeren. Ook zijn er Facebook-vriendschappen gesloten en foto’s gemaakt.‬

In het begin vinden wij het een beetje vreemd dat mensen met ons op de foto willen. Wouter heeft ons uitgelegd dat veel Indonesiërs die óf niet verder komen dan waar ze wonen óf alleen in eigen land reizen zelden blanke mensen zien. Alleen op tv. Ze vinden dit bijzonder en helaas kijken ze soms ook op tegen de blanke. Onze gids vandaag vertelt ook dat alleen de rijkere klasse vaker blanke mensen zien en hier mee omgaan (zoals expats). En jullie zijn allemaal zo groot en zo wit verzucht ze. Daar sta ik dan met mijn gemiddelde 1.73 en trots op mijn bruin gekweekte kleur. De wereld is soms krom. In Surabaya vond ik in de supermarkten ontzettend veel producten om je huid lichter te maken (hierin zit soms o.a bleek). Gezichtscrème kopen was daarom even zoeken. En aan de andere kant van de wereld doen wij er alles aan om op gezonde wijze een kleurtje te krijgen.
Onze gids is 22 jaar en studeert Engelse Literatuur aan de Universiteit in Malang. Ze wil graag na haar afstuderen voltijd aan de slag als tourgids. Mensen leren kennen en haar mooie land aan hen laten zien. Ondertussen lopen wij weer terug naar de jeep. Wij rijden eerst naar beneden om zo de zandzee te bekijken. Daarna rijden wij door naar waar wij richting de krater kunnen lopen. De zandzee is erg stoffig en mijn sjaal doet nu dienst als stof masker. Een kleine zand tornado komt voorbij. De zandzee die ook dienstdoet als parkeerplaats is een kleurenzee aan jeeps. Om ons heen lopen vele mensen heen of terug van de krater. Sommige mensen gaan op kleine felle paardjes de berg op. De mensen uit dit gebied houden de paardjes stevig vast terwijl ze meelopen. Rubberen laarzen, joggingbroek, lang shirt en een soort doek om hun schouders wat bij hun stam hoort. Deze mensen zijn klein en tenger. Het verschil met de stadse mensen is enorm.

In dit nationaal park ligt een uitgesterkt bergmassief genaamd het Tenggermassief. Bromo is met 2.392 meter zeker niet de hoogste berg van de regio. Het Tengger massief bevat naast de hoogste berg van Java (de Semeru), vier meren en vijftig rivieren. Het park is vernoemd naar het Tengger-koninkrijk. De zandvlaktes van het Tenggermassief zijn sinds 1919 beschermd. Het Bromo Tengger Semerugebied is officieel verklaard tot een nationaal park in 1982.
In de zomer van 2004 barstte de Bromo plotseling uit. Onder de bezoekers vielen 2 doden en meerdere gewonden.
Met deze informatie in mijn hoofd loop ik de 253 treden op voor een uitzicht op de krater. Als ik boven ben zie ik dikke witte pluimen uit Bromo komen. De overheid houdt alles goed in de gaten en zodra de rook van kleur verandert, is het gebied afgesloten. Het uitzicht is prachtig!
Als we enige tijd langs de rand van de krater hebben gelopen gaan we weer terug naar beneden en richting de jeep. We bezoeken hierna nog 2 kleinere gebieden in het park. De uitgestrekte savanne en een heuvelachtig gebied. 

Rond ‪12.30 uur‬ zijn wij weer in het hotel. Wij zijn bekaf en kunnen wel een douche gebruiken. Een bruin stroom zand komt van mijn lijf. Dan is het tijd om onze spullen te pakken en te gaan eten. ‪Om 16 uur‬ zitten wij in de trein onderweg naar Surakarta wat ook bekend staat als Solo. De eerste twee uur is het nog licht buiten en ik geniet van alles wat ik zie. Zo rijdt de trein heel langzaam tussen een sloppenwijk door. En schiet hij vooruit tussen groene velden vol rijst. Wij zitten tussen lokale mensen. Sommige kletsen wat met ons en andere staren ons alleen aan. De mensen zijn vaak nieuwsgierig en ontzettende lief. Het is een prachtige rit en het blijft zo bijzonder dat Ester en ik deze reis samen maken. Rond middernacht komen wij aan bij ons hotel. Het is tijd om uit te rusten.

Zondag slapen wij uit. Bij het wakker worden drinken wij koffie en lees ik wat meer over surakarta.
In de 17e eeuw werd de hoofdstad van het toenmalige islamitische rijk Mataram gesticht in Kartasura, tien kilometer van het huidige Surakarta. De stad Surakarta werd op de huidige plek gesticht in 1745, nadat  Kartasura was geplunderd door Nederlanders. Koning Pakubuwono II zocht naar een gunstigere plek en kwam in het dorp Solo aan de oever van de rivier de Kali terecht. Hij doopt de plaats om tot Surakarta. Na de opsplitsing van het Mataramrijk in 1755 in de vorstendommen Surakarta en Yogyakarta is de naam van de stad Solo gewijzigd in Surakarta. Dit verklaart waarom er door de inwoners twee namen voor dezelfde plaats worden gebruikt. De stad ligt aan de Bengawan Solorivier en heeft meer dan 580.000 inwoners. 

De rest van de dag doen wij rustig aan. Wij maken een wandeling door het Balekambang Park. Dit park is ongeveer 9 hectare groot en gebouwd door KGPAA Mangkunagara VII in 1921 ter ere van zijn twee dochters. Het park is sinds 2008 opengesteld voor publiek.  Het park staat vol bomen die meer dan honderd jaar oud zijn. Er zijn veel families en groepen mensen aanwezig in het park. Hier zien wij ganzen in het water zwemmen en ook herten lopen rond.
Verder lunchen wij gezellig op een foodmarkt en gaan we naar de film. Een typische rustige zondag maar dan in Indonesië in plaats van Amsterdam.

Eindstand kaarten:
Essie:78
Nath:79